Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
schoen in het gras

Grote beroering bij veel groene bewegingen. De onkruidverdelger glyfosaat veroorzaakt geen kanker of onvruchtbaarheid bij de mens volgens ECHA, het agentschap dat EU-politici advies geeft over de veiligheid van chemicaliën. Met dit oordeel wordt de kans al een stuk groter dat fabrikanten weer een vijftienjarige licentie van de EU krijgen om het onkruidverdelgende middel ongelimiteerd op de markt te brengen. Volgens Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht, heeft de ECHA in ieder geval gelijk.

Glyfosaat zit onder andere in Roundup, het product van landbouwmultinational Monsanto. Onterecht of niet ligt deze wel vaker overhoop met de groene beweging. Sinds juli 2016 is de controversiële verkoop van glyfosaat gelimiteerd totdat de EU er een nieuwe goedkeuring voor geeft. En voor die eventuele goedkeuring had de Europese Commissie het wetenschappelijke oordeel van ECHA gevraagd.

Het gunstige oordeel van ECHA stuit nu op veel protest bij groene Europarlementariërs, Greenpeace en andere groene NGO’s. Een aantal van hen beschuldigen ECHA van belangenverstrengeling en ondoorzichtige besluitvorming. En een Europese groene NGO beweert dat ECHA tegen het oordeel van “het meest betrouwbare prestigieuze onderzoeksinstituut over kanker” gaat.

Dat onderzoeksinstituut, genaamd het Internationale Agentschap voor Kankeronderzoek (oftewel IARC) is een instituut dat deel uitmaakt van de VN-Wereldgezondheidsorganisatie. De IARC had inderdaad eerder gesteld dat glyfosaat een kankerverwekkende stof is. Maar volgens Martin van den Berg moet je altijd kijken hoe instituten hun onderzoeken voeren, voordat je hun conclusies met elkaar gaat vergelijken.

Van den Berg: “De IARC onderzocht op basis van verschillende studies hoe schadelijk de feitelijke samenstelling van de stof voor ons DNA is. Aan de hand hiervan rangschikten zij glyfosaat in Groep 2A, de groep van chemicaliën die volgens het agentschap waarschijnlijk kankerverwekkend zijn voor de mens. Maar een IARC-evaluatie beperkt zich vrijwel altijd tot de vraag of een stof wel of niet kanker kan veroorzaken, zonder een uitspraak te doen over de mate van blootstelling bij de mens die hier voor nodig is. Dit is dus ook hier bij glyfosaat gedaan.”

In samenstelling schadelijk, maar alleen in zeer hoge doseringen

Naast IARC heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (samen met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO)) nog een ander instituut dat onderzoek doet naar pesticiden. 

Dit instituut, de JMPR, onderzocht ook het kankerverwekkende effect van glyfosaat bij de mens. Zij maakte gebruik van dezelfde studies als het IARC en kwam ook tot de conclusie dat glyfosaat kankerverwekkend kan zijn. Maar bij een normale blootstelling aan dit bestrijdingsmiddel, oordeelde het JMPR, bestaat er geen risico voor de mens.

“Die drempelwaarde van normale blootstelling is een inschatting aan hoeveel glyfosaat mensen in het dagelijkse leven kunnen worden blootgesteld zonder kanker te krijgen,” zegt Van den Berg. “Die kansberekening houdt rekening met verschillende scenario’s, inclusief de excessen, zoals kinderen die in het gras rollen. Daarbij is het oordeel van de JMPR dat de blootstelling van de mens aan Roundup tenminste een factor honderd lager moet liggen dan waarbij proefmuizen geen tumoren meer kregen. De mens zal dus aan zeer hoge, mogelijk onrealistische, doseringen glyfosaat moeten worden blootgesteld voor tumorvorming optreedt. ”

Kikker water dode bladeren

Risico op andere schadelijke effecten blijft

ECHA, die het kankerverwekkende effect van glyfosaat op min of meer dezelfde manier onderzocht (inclusief een aanwezige drempelwaarde), staat niet dus niet alleen in haar oordeel. En ondanks haar eigen conclusies, doet het Europese agentschap voor de zekerheid toch een aantal aanbevelingen om de meest gevoelige groepen, zoals kinderen, volledig te beschermen. Zo raadt ECHA aan dat je geen glyfosaat in speeltuinen mag gebruiken. Ook kan het product serieuze schade aanrichten wanneer je het in je ogen krijgt.

Volgens Van den Berg leverde elke instituut vanuit haar eigen onderzoekskader gedegen werk. “De conclusies van IARC en JMPR zijn gebaseerd op honderden studies die openbaar en ge-peerreviewed zijn. ECHA heeft veel van diezelfde studies ook gebruikt. Zowel onderzoeken aan de hand van cellen in petrischaaltjes (in vitro, red.), als met levende proefdieren (in vivo, red.) werden meegenomen. Daarnaast heeft men met epidemiologische onderzoek ook bij mensen gekeken naar de mogelijke kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat.”

Interessant is ook dat muizen in de toxicologische studies veel gemakkelijker tumoren van het goedje kregen dan ratten. Dit duidt er op dat bevindingen bij muizen niet zomaar naar andere wezens, inclusief de mens, vertaald kunnen worden (al hoeft dat niet per se gunstig te zijn voor ons). Een veel aangehaalde Franse studie beweert ook dat ratten door glyfosaat eenvoudig tumoren ontwikkelen, maar vanuit de wetenschap is erg veel kritiek op deze studie gekomen en wordt door de meeste toxicologen met argwaan bekeken.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat glyfosaat niet het meest milieuvriendelijke bestrijdingsproduct is dat er bestaat. Zo bevestigt ECHA dat het leven in waterrijke gebieden op lange termijn nog schade van het product ondervindt. Ook hoor je vaak dat glyfosaat in combinatie met zware metalen in drinkwater mogelijk tot nierfalen bij de mens kan leiden. Maar een ad-hoc onderzoekscommissie van de WHO vond vorig jaar dat dat risico nog te weinig onderzocht was.

Toch is dat alles, voor alle duidelijkheid, niet het hoofdonderwerp van dit artikel. “Wat betreft kanker, ontwikkeling, onvruchtbaarheid en neurotoxiciteit, kun je met de beste wil van de wereld niet zeggen dat glyfosaat bij de mens schadelijk is", zegt Van den Berg.