Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

trekvogel

Trekvogels die vanaf dezelfde plek naar Afrika vliegen om te overwinteren, komen over het hele continent terecht, soms wel meer dan 3000 kilometer uit elkaar. Wetenschappers ontdekten waarom.

Wespendieven, een soort trekvogels die allemaal in hetzelfde gebied in Finland broeden, raken over heel Afrika verspreid tijdens onze winter. Afstanden tussen landingsplekken zijn enorm; soms wel meer dan 3000 kilometer. Dit blijkt uit onderzoek van Wouter van Vasteenlant, werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. De landingsplek van vogels blijkt in hoge mate bepaald te worden door de windrichting en -kracht waarmee ze te maken krijgen als ze voor het eerst de trek naar Afrika maken.

Hogere overlevingskans

Tot nu toe was er weinig bekend over hoe dit soort trekvogels leren migreren. Het is risicovol om ze uit te rusten met dure gps-apparatuur, vertelt Vasteenplant. Veel jonge vogels sterven onderweg naar Afrika door hongersnood of als prooi van dieren of jagers. Ook vinden er nog wel eens botsingen met bijvoorbeeld elektriciteitsmasten plaats.  ‘Om deze reden volgen we meestal volwassen vogels, die een hogere kans op overleving hebben.’ Volwassen wespendieven blijven hun leven lang terugkomen naar de plek in Afrika waar ze landen na hun eerste overtocht.

Groot verschil tussen oost en west

Voor dit onderzoek gebruikten de onderzoekers wel jonge vogels. Dertig wespendieven die in Finland op een paar kilometer van elkaar vandaan uit het ei waren gekropen, werden uitgerust met satellietzenders en gevolgd op hun lange reis naar het zuiden. 24 Vogels overleefden hun eerste transcontinentale vlucht. Sommige eindigden ver in het westen van Afrika, in Mali, en andere veel oostelijker, in Kongo. De meest westelijk neergestreken vogel bevond zich maar liefst 3340 kilometer van de meest oostelijke.

De invloed van wind

De plek waar de jonge wespendieven terechtkwamen, bleek afhankelijk van de windrichting en -kracht waarmee ze te maken kregen. ‘Ook zagen we dat sommige vogels afweken van de te verwachten koers, bijvoorbeeld bij een aantal individuen dat de Baltische Zee ontweek door over land via Scandinavië te vliegen. Daardoor kwamen die wespendieven een stuk westelijker in Afrika uit, dan dat je zou verwachten op basis van alleen de zijwind.’

Winterbestemming niet genetisch bepaald

Dat jonge wespendieven zich zo door de wind laten meevoeren tijdens hun eerste migratie, toont aan dat hun winterbestemming niet vastgelegd is in de genen. Vooral het toeval bepaalt waar zij hun hele leven lang terugkeren om te overwinteren. ‘Deze strategie komt waarschijnlijk erg algemeen voor onder trekvogels en kwam wellicht tot stand toen over de hele breedte van tropisch Afrika nog geschikte habitats te vinden waren.’

Of deze strategie vandaag de dag nog steeds levensvatbaar is, blijft de vraag. ‘Door de steeds verdergaande intensivering van landbouw, ontbossing en klimaatverandering gaan grote delen van de Afrikaanse overwinteringshabitats verloren. Als we Europese trekvogelpopulaties in stand willen houden, dan moeten we mikken op grootschalige verduurzaming van economische ontwikkeling in Afrika en niet op de bescherming van een paar reservaten’, aldus Vansteelant.