Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

Verdwaald na een beroerte

Mevrouw Arslan raakt soms in paniek. Bijvoorbeeld wanneer ze in de auto zit en opeens niet meer weet welke afslag ze ook alweer moet nemen om bij het huis van haar dochter te komen. "Was die supermarkt nou voor dat kruispunt waar ik rechtsaf moet of erna?" Ze krijgt het er warm van, "Of heb ik de goede afslag misschien al gemist?" Met een bonzend hart en klamme handen zet ze de auto aan de kant en kijkt om zich heen, "Waar ben ik eigenlijk?"

Per jaar krijgen zo’n veertigduizend Nederlanders een beroerte. Een deel daarvan overlijdt, sommigen herstellen, maar een groot deel ondervindt levenslange problemen. Zij hebben last van een verlamde arm, moeite met spreken of ervaren een verandering van karakter. Veel minder bekend is dat een derde van de mensen na een beroerte navigatieproblemen ontwikkelt. Dat kan betekenen dat ze moeite hebben met het aanleren van nieuwe routes, maar ook dat ze de weg kwijtraken in de wijk waar ze al jaren wonen.

Verdwaald na een beroerte: op bezoek bij een patient

Verdwaald na een beroerte: op bezoek bij een patient

Dominiek raakt na een beroerte twintig jaar geleden, vaak de weg kwijt. 

Navigatieproblemen niet herkend

Neuropsycholoog Michiel Claessen behandelde een aantal mensen met navigatieproblemen na een beroerte in De Hoogstraat Revalidatie te Utrecht. Hij hoopt met zijn promotieonderzoek, een samenwerking tussen dit revalidatienetwerk, Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht, dit onderbelichte probleem op de kaart te zetten. “Dat er navigatieproblemen ontstaan na een beroerte is eigenlijk heel logisch”, vertelt hij. “De gebieden die in de hersenen nodig zijn om de weg te vinden, beslaan bijna de helft van ons brein. Dan is er dus een grote kans dat er ergens een beschadiging optreedt.”

Zo werd er onlangs nog een patiënte naar hem verwezen die twaalf jaar geleden een beroerte kreeg en sindsdien geen nieuwe routes meer kon aanleren en daardoor vaak verdwaalde. In zijn onderzoek richt Claessen zich vooral op een jongere groep patiënten van rond de 40/50 jaar oud die vaak een mildere vorm van beroerte hebben gehad. “Deze mensen staan te trappelen om na herstel weer deel uit te maken van de maatschappij, maar worden door die navigatiestoornis ernstig beperkt in hun mobiliteit”.

“Het echte probleem wordt lang niet altijd herkend”, vertelt Claessen. “Zo kan het gebeuren dat patiënten met navigatieproblemen een verkeerde diagnose krijgen." In het geval van (de fictieve, maar op waarheid gebaseerde) mevrouw Arslan was dat de diagnose paniekstoornis, terwijl haar paniek gevolg was van het feit dat ze routes niet meer goed kon overzien en daardoor de weg kwijtraakte. "Door het niet herkennen van navigatieproblemen of een verkeerde diagnose duurt het veel langer voordat mensen daadwerkelijk de juiste behandeling krijgen.”

De onderzoeker vertelt dat dit komt doordat hulpverleners niet over de juiste testen beschikken om deze problemen vast te kunnen stellen. Bovendien bestaan er wereldwijd nog nauwelijks behandelingen. Daarom heeft hij een training ontwikkeld die deze mensen kan helpen bij het vinden van de weg en het leren van nieuwe routes.

Egocentrisch of allocentrisch navigeren

De eerste stap van de behandeling is vaststellen of er inderdaad navigatieproblemen zijn. Dit gebeurt met een Wayfinding questionnaire, oftewel een vragenlijst die onderzoekt hoe goed je de weg weet te vinden. Als blijkt dat er daadwerkelijk navigatiemoeilijkheden spelen, wordt onderzocht van welke aard die problemen zijn.

Dit gebeurt met de Virtueel Tübingen test. De patiënt krijgt eerst een virtuele route te zien door het middeleeuwse stratenplan van het Duitse stadje Tübingen. Daarna stellen de onderzoekers allerlei vragen over die route, zoals wat ze gezien hebben tijdens de tocht, een Bierstube, kerk of bakkerij, en welke afslagen er werden genomen. De antwoorden op die vragen geven vervolgens een beeld van de strategie die deze patiënt gebruikt om routes te verwerken en te onthouden.

We hebben namelijk twee navigatiestrategieën tot onze beschikking, die we ook allebei gebruiken. Er is de egocentrische strategie: je neemt jezelf als middelpunt van de ruimte en kijkt van daaruit naar de omgeving. Bijvoorbeeld naar herkenbare gebouwen of plekken. Je weet, bij die kerk op de hoek moet ik naar rechts om bij dat pleintje met het bankje te komen. Vrouwen gebruiken vooral deze strategie.

Daarnaast is er de allocentrische strategie, die is abstracter. Je navigeert meer aan de hand van een mentale plattegrond van de omgeving en kijkt met een helicopterview naar de omgeving. Het is een flexibelere manier van navigeren. Je weet, ik moet ongeveer die kant op. Deze methode wordt meer gebruikt door mannen.

In onderstaande video zie je hoe Virtueel Tübingen eruit ziet. Tekst loopt door onder video. 

Virtual Tübingen

Meer zelfvertrouwen

“Zodra je weet wat de sterke en zwakke punten van een patiënt zijn, dus welke strategie het beste functioneert, kun je bewust gaan oefenen met datgene wat nog wel goed gaat. Als egocentrisch navigeren nog best goed gaat, kun je die strategie gaan versterken. Eerst in een virtuele omgeving en later gewoon buiten op straat. Bovendien vinden mensen het vaak al heel prettig om te weten waar de problemen vandaan komen en handvatten te krijgen om ermee om te gaan. Ze krijgen meer zelfvertrouwen en durven weer op pad te gaan.”

De uitkomsten van deze eerste studie zijn in ieder geval erg hoopgevend, het merendeel van de deelnemers bleek na de training beter in staat hun weg te vinden. Ondertussen is er ook een vervolgstudie gestart met een grotere groep patiënten, vertelt Claessen. “Hopelijk worden navigatieproblemen straks sneller herkend en krijgen patiënten een passende behandeling.”

Voor mevrouw Arslan was het een opluchting om te weten dat haar paniek vooral gevolg is van die eerdere beroerte. De training geeft haar handvatten om met haar navigatieproblematiek om te gaan. Door routes van tevoren voor te bereiden aan de hand van een kaart (de allocentrische strategie) voelt ze zich zekerder en kan ze haar angst om te verdwalen beter hanteren.