Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

Eveline Crone

Eveline Crone wint dit jaar de Spinozapremie voor haar baanbrekende onderzoek naar de invloed van de hersenontwikkeling op pubergedrag. Hoe speelde ze het klaar om als 41-jarige, gamma én moeder van twee kinderen tot de internationale top van de wetenschap door te dringen? Want helaas is dit nog steeds een unicum.

‘Ik ben er super blij mee,’ zegt Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Voor haar kwam de Spinozapremie als een volslagen verrassing. ‘Dit zie je niet aankomen, je denkt er zelfs niet over na.’

Toch past de prijs in de lijn van de stormachtige carrière die Crone doormaakt. Want hoewel ze pas 41 jaar is, wist ze een imposante lijst prestigieuze onderzoeksbeurzen binnen te halen en won ze diverse prijzen voor haar onderzoek naar het puberbrein. Daarnaast houdt ze zich actief bezig met communicatie naar het brede publiek, is ze een graag geziene gast op radio en tv en staan er een aantal prominente bestuursfuncties op haar cv. En ze is moeder van twee kinderen.

‘Het voelt niet als zo veel,’ verklaart Crone over dit alles. ‘Dat komt omdat ik alleen dingen doe die ik leuk vind. Ik financier 80 procent van mijn onderzoek zelf. Daarmee heb ik veel vrijheid en kan ik kiezen wat ik inspirerend vind.’ 

Kansen pakken

Het volgen van haar passie is een belangrijke factor achter het succes van Crone. ‘Mijn keuzes heb ik altijd heel intuïtief gemaakt,’ vertelt ze. ‘Als student was ik niet de beste. Ik deed gewoon lekker mee en deed vooral dingen die me inspireerden. Daarbij nam ik risico’s. Toen ik na mijn promotie aan de UvA en twee jaar onderzoek in California naar Leiden ging voor een aanstelling van vijf jaar, besloot ik er het beste van te maken. Ik was niet bezig met wat daarna zou komen en focuste me helemaal op mijn onderzoek.’ Zo werkt Crone nog steeds. ‘Ik heb wel een stip op de horizon, maar die is steeds vijf jaar vooruit.’

Crone had het geluk dat ze in een vak stapte dat een snelle groei doormaakte. Toch denkt ze dat het belang van de factor geluk relatief is. ‘Je kunt het meest maken van kansen als je goed bent voorbereid,’ zegt ze. ‘Ik heb altijd nieuwe ideeën op de plank. Als ik er nu niets mee kan, heb ik daar geen moeite mee. Ze rijpen gewoon door. Op het moment dat een kans zich aandient om wat met een idee te doen, ben ik er klaar voor.’

Daarbij komt een flinke dosis vastberadenheid. ‘Het is ook gewoon echt doorbijten. Als het met een subsidie niet lukt, dan moet je doorgaan en het idee elders indienen.’

Glazen plafond

Dit hielp haar ook de obstakels te overkomen die vrouwen nog steeds treffen op hun pad naar de wetenschappelijke top. ‘Ik ben er altijd doorheen gegaan. Ik kom het nog steeds tegen. Zo was ik op een wetenschappelijke bijeenkomst waar ook een stand met stropdassen stond. Komt er iemand naar me toe die vraagt: ‘verkoopt u de stropdassen?’ Ik kan dat van me afschudden, maar soms is het vervelend. Wat voor mij ook helpt, is dat mijn man drie dagen werkt. Daardoor heb ik de ruimte om fulltime te werken.’

Om dit thema onder de aandacht te brengen richtte Crone samen met haar Leidse collega’s Ineke Sluiter, Judi Mesman en Naomi Ellemers de organisatie Athena’s Angels op. Ze maken de problemen die vrouwen tegenkomen in de wetenschap zichtbaar en proberen die te verhelpen. ‘Wij kunnen dit doen, omdat we het hebben gemaakt,’ zegt Crone. ‘Voor beginnende wetenschappers is dat veel lastiger.’ Hoe zij met de problemen moeten dealen? ‘Het is moeilijk om er als individu mee om te gaan. Daarom is het belangrijk dat vrouwen elkaar helpen. Maak een netwerk. En: gewoon doorgaan.’

Dit engagement is kenmerkend voor Crone. Zo neemt ze er ook geen genoegen mee dat haar ontdekkingen over het puberbrein alleen in wetenschappelijke publicaties belanden. Ze schreef bijvoorbeeld de boeken Het puberende brein en Het sociale brein van de puber en lanceerde ze de jongerenwebsite Kijk in je brein.

‘Ik probeer begrip te kweken voor pubers,’ zegt ze. ‘Het puberbrein is geen minibrein en pubers zijn geen minivolwassenen. Hun hersenen zijn uniek en ze zitten in een transitie naar volwassenheid. Dat was heel lang niet goed bekend. Men dacht dat ze lui waren en dat hormonen verantwoordelijk waren voor hun lastige gedrag.’

2,5 miljoen voor puberonderzoek

De grote uitdaging waar haar vak nu voor staat, ziet Crone in het meer persoonlijk maken van de kennis over de ontwikkeling van het puberbrein. ‘Mijn vakgebied is nog heel jong. We zijn nog bezig met de algemene principes en weten veel over de hersenen van pubers op het groepsniveau.

Op het individuele niveau weten we nog heel weinig. Nu zijn de technische middelen beschikbaar om individuele verschillen in kaart te brengen. We kunnen richting personalisering, zodat we kunnen gaan werken aan de vraag: wat werkt voor wie?’

Met de Spinozapremie krijgt Crone 2,5 miljoen euro vrij te besteden onderzoeksgeld. Dat is een uitzonderlijke luxe voor wetenschappers. Onderzoeksgeld wordt doorgaans toegekend aan van te voren omschreven onderzoeksvoorstellen. Over wat ze met het geld gaat doen, hoefde Crone niet lang na te denken. ‘Ik werk nu aan verschillende onderzoeksprojecten. Een gaat over het risicovolle gedrag van pubers, een andere over pubers die het voor elkaar opnemen op het schoolplein. In mijn hoofd was ik al bezig om die zaken aan elkaar te knopen. Om het voor iemand op te nemen, moet je lef hebben en risico nemen. Met de Spinozapremie kan ik dat idee gaan uitwerken. Voor mij heeft alles met elkaar te maken, het is één grote puzzel.’

Ontdek meer in de special