Spinozaprijs

Drie van de vier Spinozapremies van dit jaar zijn man en bèta en de gemiddelde leeftijd van de winnaars is vijftig plus. Daarmee is de hoogste onderscheiding van de Nederlandse wetenschap als van ouds stereotypebevestigend. Vier zaken vallen op.

Bèta’s

Al lange tijd springt het relatief lage aantal alfa- en gammawetenschappers dat Spinozapremie wint in het oog. Dit jaar vormt daarop geen uitzondering. Van de vier winnaars zijn er drie bèta en één gamma. Onder alle winnaars bevinden zich daarmee 62 bèta’s (medische- en levenswetenschappen meegerekend), terwijl het aantal alfa’s en gamma’s op 23 blijft steken. Hiermee zijn de alfa’s en gamma’s zwaar ondervertegenwoordigd. Want waar 58 procent van de Nederlandse hoogleraren bèta is, belandt 73 procent van de Spinozapremies in dit gebied. Dit verschil is niet terug te leiden op een verschil in kwaliteit van het onderzoek tussen de gebieden. Waar in de selectieprocedure (die objectief heet te zijn) het verschil ontstaat, blijft onduidelijk.

grafiek beta's

Mannen

Waar het de man-vrouwverdeling aangaat, zijn de Spinozapremies representatief voor de hele wetenschap. Met de winnaars van dit jaar komt het aantal mannen op 67 en het aantal vrouwen op 16. Deze verdeling (19 procent vrouw, 81 procent man) wijst vooral op het geringe aantal vrouwen die de top van de wetenschap weten te bereiken. Anno 2017 is van de Nederlandse hoogleraren nog steeds slechts 18 procent vrouw.

Grafiek mannen

Data: https://monitor.lnvh.nl/  

Vijftigers

Spinozapremies komen vaak bij mannen en bèta’s terecht. Om het stereotype van de grijze professor compleet te maken: winnaars zijn vooral vijftigers. Net als bij de Nobelprijzen, stijgt de leeftijd waarop de winnaars de Spinozapremie krijgen. Waar tot 2006 de gemiddelde winnaar eind veertig was, ligt die daarna boven de vijftig. Dit jaar bevindt zich onder de prijswinnaars voor het eerst een zestiger. De Leidse scheikundige Michel Orrit is met zijn 61 jaar de oudste winnaar ooit. Opmerkelijk voor een prijs die niet alleen een eerbetoon is, maar ook een stimulans voor verder onderzoek. Hoewel wetenschappers zich officieus zelden aan de pensioenleeftijd houden, heeft Orrit nog zes jaar te gaan.

Terwijl de gemiddelde leeftijd licht toeneemt (voor de fijnproevers: R = 0,34, p = 0,0016), neemt het aantal jonge veertigers onder de winnaars af. Met haar 41 jaar is psycholoog Eveline Crone de eerste winnaar onder de 45 jaar in het afgelopen decennium. Dat terwijl de prijs voor 2007 zeer geregeld naar jonge veertigers ging. Crone is niet de jongste winnaar ooit. Natuurkundige Carlo Beenakker ontving de prijs in 1999 op 39-jarige leeftijd.

grafiek leeftijd

Universiteit Leiden

Waar vorig jaar de Spinozapremies naar Groningen en Nijmegen gingen, zijn dit jaar Leiden en Utrecht aan de beurt. Beide universiteiten zijn twee winnaars rijker. Daarmee behoudt de Leidse universiteit de uitzonderlijke koppositie. De Universiteit Leiden is qua aantallen hoogleraren de vierde van het land, maar steekt met 21 Spinozapremies met kop en schouders boven de anderen uit. Het aantal Nobelprijzen dat naar Leidse wetenschappers ging is ook uitzonderlijk hoog, al duidt dit vooral op de historische roem van 's lands oudste universiteit. Aan het andere uiterste van het spectrum bevindt zich de Universiteit Maastricht. Nooit ontving een Maastrichtse hoogleraar de Spinozapremie.

grafiek universiteiten boven
grafiek universiteiten onder

Data: https://www.narcis.nl/search/coll/person/Language/nl/dd_position/HGL 

Overige data: https://www.nwo.nl/onderzoek-en-resultaten/programmas/spinozapremie/achtergrond