Laten we meteen een misverstand uit de weg ruimen: de Groningse wetenschappers hebben het hier niet over roddelen als kwaadspreken over mensen achter hun rug om – wat in praktijk vaak de betekening van roddelen is. Nee, ze bedoelen er alle gesprekken mee die je over iemand voert zonder dat die persoon aanwezig is. Dat kan zowel positief als negatief zijn, en met kwade of goede bedoelingen.

En die vorm van roddelen is functioneel voor alle betrokkenen, concludeert Elena Martinescu in haar proefschrift. Niet alleen de roddelaar en de luisteraar, maar ook de degene over wie geroddeld wordt profiteren ervan. Waarom? Het is een eenvoudige manier om iets te leren over je eigen positie ten opzichte van je sociale omgeving. Zelfs het lijdend voorwerp profiteert ervan: die zal er in eerste instantie wellicht emotioneel op reageren, maar kan zich vervolgens wel aanpassen aan de eisen en uitdagingen van de sociale omgeving.

Martinescu liet voor haar promotie niet alleen mensen roddelen in een laboratorium-setting, ze ondervroeg mensen ook over hun ideeën en gevoelens over roddelen.

Uit bepaalde onderzoeken blijkt dat informele gesprekken voor ruim 65 procent van de tijd uit roddelen bestaan. Martinescu en haar promotors werden zich door het onderzoek ook bewuster van hun eigen gesprekjes, en bleken heel wat af te roddelen.

Maar hoewel de algemene conclusie positief is over roddelen, keurt Martinescu ook weer niet elke voor van roddelen goed. Vooral over negatieve roddels die ook nog eens onterecht zijn, is ze kritisch.

De promotor van Elena Martinescu, Onne Janssen, bij Nieuws en Co.