Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

De Aquilonifer spinosus is een vreemd wezen waarvan de nakomelingen met draadjes aan het lichaam vastzitten. Paleontologen vonden dit vreemde beest in aardlagen uit het Siluur en vernoemden het naar ‘De vliegeraar’ omdat het net een vlieger is.

Opmerkelijk broedgedrag onder dieren zien we wel vaker, neem bijvoorbeeld buideldieren zoals kangoeroe en koala’s. Maar de Aquilonifer spinosus is echt bijzonder - letterlijk ‘vliegerdrager’, vernoemd naar de roman ‘The Kite Runner’.

Het gaat om het fossiel van een kleine geleedpotige dat ongeveer één centimeter groot is. De nakomelingen – ongeveer tien – zitten vast met draadjes en zijn tot wel twee millimeter groot. Toen het beestje nog leefde, zweefden de nakomelingen als een soort vliegers achter de moeder aan.

Volgens de onderzoekers is een mogelijk voordeel hiervan dat de moeder de kinderen beter kon beschermen tegen andere jagers. Door de draden waren de kinderen altijd dicht bij en zo kon de moeder ze niet uit het oog verliezen.

De geleedpotige leefde 430 miljoen jaar geleden tijdens het Siluur, blijkt uit de aardlagen waarin de paleontologen het beestje vonden. Het is vrij zeldzaam dat paleontologen broedgedrag vinden in fossiele resten. Bij eerdere vondsten droegen de moeders hun jongen bij zich in een beschermde capsule op de rug. Deze vondst is echter uniek.

Helaas heeft ‘De vliegeraar’ de grillen van de evolutie niet doorstaan en kunnen we hem nu nergens meer levend terugvinden.

Bron: PNAS