Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

planten

Exotische planten blijken veel vaker dan gedacht te gedijen in klimaatomstandigheden die heel anders zijn dan hun thuisbasis. Dat lijkt zorgwekkend.

Ecologen dachten altijd dat je vrij goed kunt voorspellen in welke klimaatzones een nieuwe plant goed zal groeien: gewoon in hetzelfde soort klimaat als waar hij vandaan komt. Dat klinkt logisch, maar die veronderstelling is onderuitgehaald door nieuw onderzoek in Nature Ecology and Evolution

Grootste onderzoek naar invasieve planten

Onderzoekers van het Amerikaanse Virginia Tech hebben in het grootste onderzoek naar invasieve planten tot op heden voor ruim 800 plantensoorten in kaart gebracht in wat voor klimaat ze oorspronkelijk voorkwamen en in wat voor klimaat de planten worden aangetroffen op de continenten waar ze door de mens bedoeld of onbedoeld heengebracht zijn. De verschillen bleken enorm.

10 procent gaat pionieren

Slechts in een kwart van de waarnemingen kwamen de klimaatniches exact overeen. In nog eens een kwart van de gevallen kwam de invasieve plant niet meer voor in een klimaat waar hij eerst wel voorkwam. Veertig procent zat in een soort grijs overgangsgebied. Maar in maar liefst 10 procent van de gevallen gingen de planten ‘pionieren’: ze vestigden zich in geheel nieuwe klimaatomstandigheden.

Momentopname

Het onderzoek is een momentopname, benadrukken de onderzoekers. Er is dus niet gekeken naar klimaatverandering in de thuishavens van de planten. En planten die ergens nieuw aankomen gaan van start met een smallere genetische basis dan in hun thuisbasis. Het duurt daarom waarschijnlijk een tijdje voor ze hun oorspronkelijke klimaatniche weer gevuld hebben. Maar dat zoveel plantensoorten zich zo snel lijken aan te passen aan klimaten buiten hun ‘comfort zone’ is ronduit verrassend.

Kijken bij de buren

Volgens ecoloog Wim van der Putten van het NIOO-KNAW, die niet bij het onderzoek betrokken was, betekenen deze resultaten dat we veel beter moeten opletten welke nieuwe soorten er bij onze buren in bijvoorbeeld Zuid-Duitsland en Noord-Frankrijk aankomen. Want die soorten zouden wel eens heel goed kunnen gedijen in ons klimaat en zo hier massaal voet aan de grond krijgen. Van de Putten: “We zouden ook veel meer moeten gaan samenwerken met buurlanden bij het bewaken van exoten. Want een probleem bij de buren kan morgen ons probleem zijn.”

Expres aangepast

In de gegevens van de Amerikaanse onderzoekers werden ook allerlei landbouwgewassen meegenomen. Die gewassen zijn nu juist expres door mensen veredeld, zodat ze zijn aangepast aan nieuwe klimaatzones. Die menselijke hulp vertekent de natuurlijke flexibiliteit van invasieve soorten wellicht enigszins. “Mais is vanaf de jaren 60 massaal in Nederland geïntroduceerd. We dachten eerst dat maïs alleen in het zuiden van Nederland zou kunnen groeien. Maar inmiddels hebben we ook allerlei rassen die het bijvoorbeeld ook in Drenthe goed doen,” vult Van der Putten aan.

Houtige soorten passen zich sneller aan

Het viel de onderzoekers op, dat houtige soorten zich veel vaker buiten hun thuisklimaat vestigden dan andere planten. Dat soort gegevens zouden we in de toekomst goed kunnen gebruiken om beter te voorspellen welke soorten straks bij ons voet aan de grond gaan krijgen. Dat is belangrijk, want als een invasieve soort eenmaal om zich heen grijpt, is het heel duur om die te bestrijden, zegt Van der Putten. Invasieve exoten kunnen een grote bedreiging vormen voor onze voedselvoorziening, economie en natuur.