Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

Regenwoud Jungle wilderness wildernis rain forest Victoria Falls, Zimbabwe

De wildernis ofwel de ongerepte natuur in de wereld is in de afgelopen twintig jaar met bijna tien procent verminderd. Die achteruitgang lijkt overeen te komen met ieders onderbuikgevoel, maar volgens een eerdere studie zijn vele gebieden op aarde juist drastisch aan het vergroenen. Hoe kan dit?

Deze auteur krijgt altijd een beetje een dubbel gevoel wanneer hij anderen het onderscheid hoort maken tussen ‘de mens’ en ‘de natuur’. Maar als je dan toch per se over ongerepte natuur wilt spreken, is er op dat gebied niet zulk goed nieuws.

Een nieuwe studie uit Current Biology toont aan dat de afgelopen 25 jaar zo’n flinke 3,3 miljoen vierkante kilometer wildernis verloren is gegaan (waarvan 82 procent gebieden betrof die meer dan of gelijk aan 10.000 vierkante kilometer waren). En dan vooral in het Amazonegebied in Zuid-Amerika (30 procent) en in Centraal-Afrika (14 procent). 30,1 miljoen vierkante kilometer, ofwel 23,2 procent van de hele landmassa op aarde, blijft nu nog onaangetast.

De onderzoekers merken daarnaast op dat het aantal nieuwe beschermde gebieden wildernis in diezelfde periode op 2,5 miljoen kilometer uitkomt. Een duidelijke blamage voor de internationale politiek dus, die volgens de onderzoekers nog vaak alleen oog heeft voor ‘het bewaren van de overgebleven en bedreigde soorten en te weinig concrete conservatiedoelstellingen op het gebied van wildernisbescherming vooropstelt…. Er is zelfs geen formele erkenning in het VN-Klimaatverdrag, het VN- Werelderfgoedverdrag of het Biodiversiteitsverdrag dat de waarde van onaangetaste landschappen voor de natuur en mensen erkent. ’

Menselijke invloed op natuur overheersend

Maar een onderzoek uit Nature een aantal maanden eerder toont de andere kant van de medaille. Op basis van satellietbeelden stelden een team van 32 internationale wetenschappers vast dat tussen 1982–2009 minstens 25 procent (maximum 50 procent) van de vegetatieve gebieden op aarde (seizoenseffecten inbegrepen) ‘groener’ is geworden. En dat terwijl minder dan 4 procent van het aardoppvervlak een groene afname kende.

De eenheid die de onderzoekers gebruikten voor dat groene effect is de zogenaamde bladgroenindex, waarbij men kijkt naar de totale bladoppervlakte per vierkante meter. En dat kan in theorie zowel betekenen dat, ofwel het aantal bladeren aan de bomen en planten zijn vermeerderd of vergroot, of dat het aantal bomen en planten is vermeerderd.

Waar ligt dan precies het verschil tussen de twee studies? ‘Om daar een antwoord op te krijgen, moet je kijken naar de definitie die de onderzoekers van de wildernis-studie hanteren,’ vertelt biodiversiteitsonderzoeker Hans ter Steege van Naturalis en de Universiteit Utrecht. ‘Voor hen bestaat wildernis uit biologische en ecologische intacte gebieden die meestal vrij zijn van menselijke inmenging. Daardoor kan het bijvoorbeeld dat Europa en de Verenigde Staten de afgelopen decennia erg vergroend zijn, maar deze nieuwe gebieden niet als wildernis beschouwd worden. Ze zijn bijgevolg te dicht door de mens bevolkt om nog van echte wildernis te kunnen spreken, enkele kleine beschermde gebieden misschien uitgezonderd.’

Teloorgang wildernis ongerepte natuur aarde 1980 2009

Figuur: De teloorgang van de wildernis sinds 1990

Daardoor is het eveneens mogelijk dat het Amazonewoud erg vergroend is, maar toch 30 procent van haar wildernis verloor. Nog verrassender zijn de andere alom bekende regenwouden in Centraal-Afrika en Indonesië. Alle natuurdocu’s ten spijt lijkt de invloed van de mens daar al zo groot dat daar volgens deze definitie geen of amper wildernis meer blijkt te zijn. ‘En verder hebben de onderzoekers enkel gekeken naar de situatie van de ongerepte vegetatie op aarde,’ zegt Ter Steege. ‘De toestand van het zeeleven, de polen en andere ijsgebieden blijft onbelicht.’

CO2 zit in kleine hoekjes

De onderzoekers uit Current Biology sommen in hun studie de vele voordelen van wildernissen op. Zo zijn ze meer bestand tegen klimaatsverandering, beter in staat om zichzelf te reguleren, uitermate geschikt voor de instandhouding van ecologische systemen en soorten (inclusief de bedreigde), en natuurlijk ook heel waardevol voor wetenschappelijk onderzoek.

Grote stukken ongerept bos zijn bovendien de beste gebieden om CO2 uit de lucht op te slaan. Daarom zijn ze ook broodnodig in de strijd tegen klimaatverandering. Maar volgens de Nature-onderzoekers is het hogere CO2-gehalte in de lucht juist de grootste oorzaak geweest (70 procent!) van het vergroenen van de aarde. Dan zou je misschien kunnen stellen dat het nieuwe groen de laatste evengoed kan vervangen om die CO2 op te slaan. Maar dat is een grote drogreden: Ter Steege herinnert er ons aan dat we nog altijd veel meer CO2 uitstoten dan planten en bomen kunnen opslaan. En volgens de Nature-onderzoekers vermindert het effect van die CO2 op de aangroei van planten in de tijd.

De oorzaken voor het verloren gaan van de wildernis zijn bekend: industriële bos-exploitatie, olie- en gaswinning, het afbranden van grote stukken woud voor de veeteelt, enzovoort. Nagenoeg al deze zaken zorgen ook juist voor een extra stijging van de CO2 in de lucht. Maar soms zit deze stijging ook in meer onverwachte zaken.

Ter Steege: ‘De ontbossing in het Braziliaanse Amazonewoud is door regulering sterk verminderd. Tegelijkertijd zijn er de afgelopen jaren ook heel veel dammen gebouwd aan de Amazone-rivier. Daardoor komen er grote gebieden vegetatie onder water te staan en die beginnen te rotten. De CO2 die daaruit naar boven stijgt, is de eerste paar honderd jaar even groot als een dieselcentrale met hetzelfde vermogen.’