Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

Strandleeuweriken

De Amerikaanse lucht was in het begin van de twintigste eeuw nog vervuilder met roet dan we al dachten. Dat blijkt uit een analyse van het verendek van vogeltjes in museumcollecties.

Twee onderzoekers uit Chicago, Shane DuBay en Carl Fuldner, onderzochten 1347 vogels uit de collecties van drie grote natuurhistorische musea, waaronder veldgorzen en strandleeuweriken. De vogels zijn in de loop van de afgelopen 135 jaar verzameld in en rondom steden in Pennsylvania, Ohio, Indiana, Michigan, Illinois en Wisconsin. In de huidige Rust Belt dus, ooit het industriële hart van Amerika, dat toen, zoals zoveel industriële gebieden, vaak in een dikke smog gehuld was.

Als “vliegende luchtfiltertjes” (Shane DuBay) verzamelden de vogeltjes roetdeeltjes uit die smog in hun verendek, dat bij deze soorten deels wit is. In tijden van ernstige luchtvervuiling werden vogels dus smoezeliger dan vogels die in schonere tijden rondvlogen. Met het blote oog zijn de verschillen nog steeds te zien. Sommige beestjes geven zelfs af op de witte handschoenen die de onderzoekers dragen, aldus DuBay.

Veldgorzen

En dus kan de vogelverzameling gelezen worden als een kroniek van luchtvervuiling in de afgelopen eeuw. Omdat deze vogelsoorten elk jaar een nieuw verendek krijgen, heeft elk exemplaar maximaal één jaar aan roet verzameld. Daarmee wordt het mogelijk om de luchtkwaliteit per jaar in kaart te brengen. Zulke precieze gegevens over de eerste helft van de twintigste eeuw zijn bijzonder welkom, want vóór 1950 werd informatie over luchtvervuiling niet systematisch vastgelegd.

Lichte leeuweriken tijdens de Grote Depressie

Evolutiebioloog DuBay en fotografiehistoricus Fuldner maakten foto’s van de vogels om precies te meten hoeveel licht hun veren reflecteerden. Zo brachten ze in kaart hoe de vogels van kleur verschoten tijdens ingrijpende economische gebeurtenissen. Gedurende de Grote Depressie in de jaren 1930 kleurden vogels bijvoorbeeld lichter - er werden toen minder kolen verstookt als gevolg van de economische crisis - en nam roetvervuiling af. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de ovens weer opgestookt voor de oorlogsindustrie, en dus vingen verzamelaars weer smoezeliger vogeltjes. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw bleven de vogels voorgoed lichtgekleurd. Toen daalden de roetconcentraties blijvend - niet doordat er minder kolen verstookt werd, maar door efficiëntere verbrandingsmethoden.

Twee strandleeuweriken

Betere klimaatmodellen dankzij verenkroniek

Volgens deze verenkroniek piekte de vervuiling in het eerste decennium van de twintigste eeuw. Dat klopt met gegevens uit ijsboorkernen. Maar de metingen suggereren bovendien dat er in die jaren meer roet in de lucht ronddwarrelde dan tot nu toe verondersteld werd in klimaatmodellen. Het onderzoek kan dus helpen die modellen accurater te maken, aldus de onderzoekers. Roet is een veroorzaker van het broeikaseffect, en hoe preciezer de informatie over het effect ervan in het verleden, hoe beter mogelijke toekomstige ontwikkelingen voorspeld kunnen worden.

Dat de vogels steeds schoner zijn geworden betekent overigens niet dat de lucht dat ook werd, aldus DuBay. “De huidige vervuiling is gewoon minder zichtbaar”.

Shane G. DuBay en Carl C. Fuldner, Bird specimens track 135 years of atmospheric black carbon and environmental policy, Proceedings of the National Academy of Sciences, 9 oktober 2017.